Begrippenlijst voor on- en offline media

In de media komen er iedere week nieuwe begrippen en afkortingen bij. Hieronder treft u een lijst aan met veel voorkomende begrippen.

 

AFFILIATE MARKETING: Het krijgen van commissie bij een verkoop via uw website. De online adverteerder en uitgever delen hierdoor de winst op basis van prestatie (verkoop of clicks).

BANNER: Reclame op een website grafisch vormgegeven in verschillende formaten.

BEREIK: Aantal mensen dat bereikt wordt.

BIG DATA: Statistische analyses op grote hoeveelheden data met als doel verbanden te ontdekken en inschattingen te maken voor inkoop of marketing doeleinden.

B2B (Business to business): Reclame gericht op bedrijven niet op consumenten.

B2C (Business to customer): Reclame gericht op de consument.

CPM (=Cost per mille): Kosten per 1000 views van een banner.

CPL (=Cost per lead): De opdrachtgever betaalt uitsluitend wanneer een bezoek daadwerkelijk resulteert in een aanvraag via de website.

CPC (=Cost per click): De opdrachtgever betaalt uitsluitend wanneer een bezoeker daadwerkelijk de vermelding van een site ergens anders op internet aanklikt.

CPS (=Cost per sale): De opdrachtgever betaalt enkel wanneer een bezoek daadwerkelijk resulteert in een verkoop via de site.

CLICKS: Het aantal keer dat op een advertentie wordt geklikt.

CONTENT: De inhoud van een website, zowel tekst als visueel. Dit is een belangrijke parameter in het zoekproces van zoekmachines.

CONVERSIE OPTIMALISATIE: Het rendement van de website verhogen door testen te doen, zodat hetzelfde aantal bezoekers meer rendement oplevert.

COOKIE: Een script wat automatisch geïnstalleerd wordt op de computer van de bezoeker en wat bezoekersgegevens onthoudt.

CROSSMEDIA: Men spreekt van crossmedia wanneer er meerdere mediakanalen worden ingezet om een completere beleving van het concept te krijgen.

CTR: Percentage van het aantal clicks op een link, van het aantal views op deze link.

E-COMMERCE: De koop en verkoop van diensten en producten via het internet.

HTML: Basiscodering van een internetpagina.

LEAD: Een potentiële klant.

SER (=SEARCH ENGINE RANKING): De positie tussen de zoekresultaten die een website inneemt.

SEA (=SEARCH ENGINE ADVERTISING): Het adverteren binnen zoekmachines op zoektermen, zodat ze zichtbaar worden tussen de gesponsorde resultaten binnen zoekmachines.

USP (=Unique Selling point): Een onderscheidende eigenschap ten opzichte van de concurrentie.

SEO (=ZOEKMACHINE OPTIMALISATIE): Het optimaliseren van codes en teksten op sites, zodat ze beter doorzocht en opgenomen kunnen worden in een databases. Het doel is om een hogere positie binnen de zoekresultaten te krijgen.